In het kort
- Je lichaam kan ijzer niet uitscheiden. Wat je te veel opneemt, blijft en wordt opgeslagen, eerst in de lever.
- Ferritine is je ijzervoorraad, maar stijgt ook bij ontsteking. Er zit dan minder ijzer in het ferritine, dus de uitslag zegt minder over je echte voorraad.
- De transferrinesaturatie, het percentage van het transporteiwit transferrine dat met ijzer is beladen, hoort onder de 45 procent. Bij hemochromatose is die vaak 60 tot 70 procent of hoger.
- Een verhoogd ferritine met een normale transferrinesaturatie wijst volgens Van Deursen zelden op ijzerstapeling. Vaker zitten het metabool syndroom of regelmatig alcoholgebruik erachter.
- De bovengrens van ferritine voor vrouwen ligt per lab meestal rond 150, soms rond 200.
- Menstruatie en zwangerschappen beschermen vrouwen met hemochromatose een tijd: hun klachten beginnen gemiddeld rond hun vijftigste, bij mannen rond hun veertigste.
- Aderlaten is de behandeling: een halve liter bloed haalt ongeveer 250 milligram ijzer weg.
Waar het over gaat
In deze aflevering van de H&W Podcast, van het vakblad Huisarts en Wetenschap van het NHG, praat huisarts Femke Veldman met Cees van Deursen. Hij was lang internist, is voorzitter van de Hemochromatose Vereniging Nederland en doet onderzoek bij het Maastricht UMC+. Aanleiding is een broer en een zus. De zus had moeheid en blaren op haar huid door een huidziekte (porphyria cutanea tarda) en werd behandeld met aderlatingen. Jaren later kwam haar broer met steeds erger wordende gewrichtsklachten. DNA-onderzoek liet bij hem en daarna ook bij haar hemochromatose zien: een erfelijke aandoening waarbij je lichaam te veel ijzer opneemt.
Van Deursen begint bij de basis: je lichaam heeft geen manier om ijzer uit te scheiden. De balans wordt geregeld in de darm. Normaal neem je één tot twee milligram ijzer per dag op uit je eten, genoeg om aan te vullen wat je verliest via je huid, je darm en als vrouw via je menstruatie. Het hormoon hepcidine werkt als poortwachter: is er genoeg ijzer, dan gaan de poortjes in je darm dicht. Bij hemochromatose is er te weinig hepcidine, blijven de poortjes open en neem je ongeveer het dubbele op. Over de jaren loopt dat op tot grammen te veel. Dat ijzer gaat eerst naar de lever, waar het ontsteking, littekenweefsel (fibrose) en uiteindelijk cirrose kan geven, en later naar onder meer het hart en de alvleesklier. Gewrichtsklachten, artrose op jonge leeftijd en een slepende moeheid komen veel voor.
In principe is het natuurlijk zo dat het lichaam geen manier heeft om het ijzer uit te scheiden.
Voor jou is vooral het deel over de bloedwaarden interessant. Een ijzerstatus bestaat uit vier metingen: het ijzer in je bloed, transferrine (het eiwit dat ijzer door je bloed vervoert, volgens Van Deursen een soort bus die alleen stopt waar ijzer nodig is), de transferrinesaturatie (hoeveel procent van die bussen beladen is) en ferritine (je opslag). Ferritine heeft een dubbelrol. Het is je ijzervoorraad, maar ook een ontstekingseiwit: bij ontsteking maakt je lichaam extra ferritine aan, terwijl daar dan minder ijzer in zit. Een hoge uitslag betekent dus niet vanzelf dat je veel ijzer hebt. Dat werkt ook andersom, al zegt Van Deursen dat niet met zoveel woorden: bij een ontsteking kan een lage voorraad schuilgaan achter een ferritine dat er normaal uitziet.
De transferrinesaturatie hoort volgens Van Deursen onder de 45 procent te liggen. Voor ferritine verschilt de bovengrens per lab, voor vrouwen meestal tot 150 en soms 200. In internationale studies geldt bij vrouwen meer dan 200 als verhoogd. Een licht verhoogd ferritine komt tegenwoordig meestal door iets anders dan te veel ijzer: het metabool syndroom, dat hij een sudderende ontsteking noemt en dat vaak samengaat met een vervette lever, of regelmatig alcoholgebruik. Een verhoogd ferritine met een volstrekt normale transferrinesaturatie wijst zelden op stapeling. Bij echte hemochromatose ligt de saturatie vaak op 60 of 70 procent, soms tegen de 100. Bij een ferritine onder de 1000 ontstaat volgens hem geen blijvende orgaanschade als je dan gaat behandelen.
Vrouwen met hemochromatose krijgen klachten gemiddeld rond hun vijftigste, mannen rond hun veertigste. Menstruatie en zwangerschap kosten ijzer: een kind ongeveer een gram, op zo'n vier gram in je hele lichaam. Slik je de pil door, heb je een spiraal of de prikpil, of is je baarmoeder verwijderd, dan valt dat voordeel eerder weg. De behandeling is aderlaten: een halve liter bloed haalt ongeveer 250 milligram ijzer weg. Mensen met hemochromatose die een maagzuurremmer slikken, nemen minder ijzer op en hebben soms geen aderlatingen meer nodig. Een ijzerarm dieet heeft volgens Van Deursen weinig zin. Wel helpt het om zuinig te zijn met rood vlees, vitamine C niet direct bij de maaltijd te nemen, een gezond gewicht na te streven en weinig alcohol te drinken.
Maar om het moeilijk te maken is ferritine ook een acute fase-eiwit. Dat betekent dat ontstekingseiwitten, met name dan het interleukine, ook de aanmaak van het ferritine kan stimuleren.
Alleen een verhoogd ferritine met een volstrekt normale transferrineverzadiging, dat wijst zelden op een ijzerstapeling.
Wat je hiermee kunt
- Heb je een hoog ferritine, vraag dan of ook je transferrinesaturatie is gemeten. Pas die twee samen zeggen iets over ijzerstapeling.
- Had je bij de bloedafname een infectie of ontsteking, of speelt er een chronische ziekte, dan kan je ferritine hoger uitvallen dan je voorraad is. Vraag je huisarts of je uitslag in jouw situatie te vertrouwen is.
- Slik geen ijzer zonder dat een tekort is gemeten. Je lichaam kan een teveel niet kwijt, en volgens Van Deursen heeft ongeveer één op de 200 tot 250 Nederlanders de erfelijke aanleg voor stapeling.
Bron
Deze samenvatting schreef ferritine.nl op basis van de volledige aflevering. Citaten zijn letterlijk, de rest staat in onze eigen woorden. Het hele gesprek hoor je bij de makers.






